Aanmelden nieuwsbrief

zoeken

De boekenkast van Marjolein Houweling (1958)

Marjolein Houweling (1958) is schrijver en beeldend kunstenaar. Met compagnon Cynthia bedenkt ze ook communicatieconcepten voor bedrijven en organisaties ‘die iets te communiceren hebben’. Op dit moment werkt Marjolein aan een nieuw boek. Haar eerste lesbische boek las ze al rond haar achtste: “Ik had het idee dat Dola de Jong het speciaal voor mij had gemaakt.”

Tekst: Anja de Crom | Foto's: Hilda Abbing 

Boeken 
Volgens mij kon ik al lezen voor ik kon praten - maar ik moet zeggen dat ik wel heel laat ging praten. Ik heb inhoudelijk en visueel iets met boeken. Ik vind taal mooi als instrument om iets over te brengen, maar ook om te zien, de tekens, de pictogrammen. Vroeger had ik boeken nodig om een eigen wereldje te creëren, weg te kunnen duiken in een veilige cocon, een plek die helemaal van mezelf was. Daar is een boek natuurlijk het middel bij uitstek voor. Ik kan nu nog steeds erg genieten van een boek, maar die bescherming heb ik niet meer nodig.  

Eerste lesbische boek
De thuiswacht van Dola de Jong. Ik las het rond mijn achtste, het stond gewoon bij ons thuis in de boekenkast. Mijn vader was een enorme boekenverzamelaar, volgens mij zat daar een gezonde dosis hebzucht achter. Ik vond het een heel mysterieus boek, de benauwdheid van die tijd fascineerde me, de maatschappelijke dwang die op hun bestaan zit, het onuitgesprokene, de spanning tussen die twee vrouwen... Dat boek, daar had ik iets mee te maken, al wist ik nog niet wat. Ik had het idee dat de schrijfster het speciaal voor mij had gemaakt, dat gevoel dat je wel eens hebt bij kunst. Later had ik het met de muziek van Bowie. Ik heb De thuiswacht jaren gehad, maar bij een van mijn eerste scheidingen heb ik een paar volle boekenkasten achtergelaten, mét dat boek erin. Dat geeft niet, want het boek zit in mijn hoofd en het woont in mijn hart, dus daar is het veilig. 

Ik ging zelf niet bewust op zoek naar lesbische boeken. Het was meer mijn omgeving die er een thema van maakte. Ik herinner me nog dat iemand me op mijn dertiende verjaardag dat gruwelboek Twee vrouwen van Mulisch cadeau gaf. Een boek als Eenzaam avontuur van Anna Blaman, dat ik pas jaren later heb gelezen, is veel mooier. Er zit ook veel humor in. Blaman is volgens mij zo’n onderschatte schrijfster. Ze deed echt niet onder voor de ‘grote drie’ Mulisch, Hermans en Reve, en zeker niet met dat boek. Maar die erkenning heeft ze nooit gekregen. Ik vind het een gotspe dat Twee vrouwen straks cadeau gegeven wordt aan ik weet niet hoeveel Nederlanders.

De reden om een boek wel of niet te kopen
Het onderwerp. Ik ben erg geïnteresseerd in mythologie, dus als een boek over echte mythologie gaat, is dat een heel grote drijfveer. Hoe het eruitziet maakt me niet uit. Ik koop ook tweedehands boeken die uit elkaar vallen. Ik heb nog een exemplaar van Orlando van Virginia Woolf dat ooit ontzettende waterschade geleden heeft, maar dat gooi ik echt niet weg.

De schrijver is ook van invloed. Als ik een boek niet ken, lees ik de flaptekst of recensies, en als het heel mooi klinkt, dan koop ik het.

Als een boek mij intellectueel niet prikkelt en gevoelsmatig niet raakt, dan hoef ik het niet te lezen. De kunst van het schrijven is dat je als schrijver ver uit het boek blijft, wat Marguerite Yourcenar heel goed kan. Het moet niet zo zijn dat die schrijver bij jou op schoot van alles zit te vinden. De karakters moeten zo meeslepend zijn dat je vanzelf meegaat, dat het aannemelijk wordt wat ze doen en dat je kunt meeleven, dan ben ik verkocht. Virginia Woolf vind ik de absolute top. Die kan zo mooi schrijven vanuit de mensen zelf. In Flush zelfs vanuit een hond, dat vind ik virtuoos. Als iemand heel mooie lange zinnen kan bouwen met heel ingewikkelde woorden, vind ik dat het technisch gezien wel knap, maar daarmee moet mijn empatisch vermogen wel heel erg aan de slag. 

In opdracht lezen
Voor de Gay Krant heb ik een tijdje lesbische boeken gerecenseerd, maar als je dat doet neem je een onmogelijke positie in. Je moet kritiek hebben op mensen die hun best doen en tegelijkertijd een soort algemene criteria handhaven. Soms denk ik: had er nou gewoon twee jaar langer over gedaan, dat had het boek zo veel beter gemaakt. Overigens zou ik veel heteroboeken ook niet kunnen recenseren. Als iemand mij zou vragen om Heleen van Royen te recenseren, zou het bloed tegen het plafond zitten.  

Uitlenen en wegdoen
Ik leen geen boeken meer uit. Als ik het belangrijk vind dat iemand een boek leest, koop ik het voor die persoon. 

Mijn eigen lesbische boeken
De verhalen uit Niemandsland, Het Droomteam en Ik was een samoerai hadden nooit deze verhalen kunnen zijn met hetero-personages. Ik was een samoerai, over twee vrouwen die op de motor een reis gaan maken, had nooit over de hartstochtelijke vriendschap van twee heterovrouwen kunnen gaan. Als twee heterovrouwen op de motor naar Barcelona gaan, laten ze elkaar bij Breda al in de steek voor een vrachtwagenchauffeur. De hoofdpersoon in dat boek gaat verder dan ver. Tussen een man en een vrouw, dat had ook niet gekund, dan was er een heel andere dynamiek ontstaan. Dit verhaal kón zich alleen maar afspelen tussen die twee vrouwen die hun liefde niet hebben uitgesproken. 

Schrijfproces
Ik maak geen keuzes, het boek is de baas. Ik heb een paar ideeën, schrijf een pagina of dertig, dat dijt dan uit en dan ontstaat het. Dan beginnen de personages mensen van vlees en bloed te worden. Dan neem ik ze mee, dan zit ik in een restaurant in mijn hoofd ook nog even voor vier anderen te bestellen: die ene lust wel een gambaatje, en die andere gaat meer voor oesters. Je leert je personages kennen en het verhaal komt tot je. 

Mijn kast
Er zit wel een soort systeem in. Bovenin staan de klassiekers. Poëzie en toneelstukken staan bij elkaar en de buitenlandse klassiekers ook.  

Favoriete boekhandels
Ik kom heel graag bij Xantippe, Vrolijk en Schimmelpennink, die zitten alledrie in Amsterdam. Ik kan er altijd langskomen, ze vragen altijd hoe het met me gaat en ze zijn heel meelevend. Bij die boekhandels hebben ze echt begrip voor het soort schrijver dat ik ben. 

Liefde is universeel
Als een ‘heteroboek’ echt goed is, dan maakt het niet uit dat het een heteroboek is. Het begint pas te schrijnen als er allemaal vanzelfsprekendheden in sluipen, dat het altijd zo is de meneer en de mevrouw op een bepaalde manier op elkaar reageren. Als je heel dicht bij de bron blijft, bij het idee dat liefde universeel is, dan kunnen heteroboeken prachtig zijn, ook als je zelf niet hetero bent. 

Het belang van lesbische boeken
Als er geen lesbische boeken zouden zijn, krijg je een heel eenzijdig beeld van de samenleving. Maar het moeten wel goede boeken zijn. Homo of lesbisch zijn alleen is niet genoeg om je bestaansrecht aan te ontlenen, net zoals alleen hetero zijn niet genoeg is. Aan de andere kant begrijp ik dat het belangrijk is dat er verhalen bestaan waarin je jezelf kunt herkennen, boeken die een klankbord bieden en waaraan je jezelf kunt spiegelen. En dan is iets beter dan niets.

Over Marjolein Houweling