Aanmelden nieuwsbrief

zoeken

interview Minke Douwesz - lesbischlezen.nl, oktober 2008: 'Ik zou best wel eens een film willen maken'

Ik zou best wel eens een film willen maken

Minke Douwesz (pseudoniem) © Hilda AbbingHaar lesbische bestseller Strikt (‘Noem het maar een psychologische roman. Of een lesbische streekroman, vanwege dat dijkhuisje.’) werd derde in de verkiezing van het Beste Lesbische Boek Ooit. Ze heeft net de eerste versie van haar tweede roman, Weg, ingeleverd bij haar uitgever. Lesbischlezen.nl ging op bezoek bij Minke Douwesz (1963): ‘Als je een boek schrijft, gaan mensen daar van alles over zeggen’.  

 

Tekst: Anja de Crom | Beeld: Hilda Abbing 

Dat Strikt op het Lesbian Festival 2007 in de top 3 van beste lesbische boeken stond, verraste Minke niet. ‘Ik vind eigenlijk dat ik nummer 1 had moeten worden,’ zegt ze lachend. ‘Maar er zijn heel veel lesbische vrouwen die geen literatuur lezen, dus er werd natuurlijk op allerlei boeken gestemd. Ach, ik vond het wel grappig om in die top 3 te staan. Ik heb mijn bijdrage aan de lesbische literatuur wel geleverd, met een heel dik boek. Of ik ook een bijdrage heb geleverd aan het plezier van het spreekwoordelijke lesbische HEMA-kassameisje? Geen idee. Het kan best zijn dat mensen denken: wat een dik, saai boek en wat zit er veel gelul tussen de seksscènes. Maar ik hoor van veel mensen dat Strikt lekker wegleest en dat ze het moeilijk wegleggen.’

Strikt
Drie jaar werkte Minke aan Strikt. Met vulpen. ‘Toen het klaar was, kocht ik een computer. Het uittikken en dingen veranderen kostte twee jaar. Daarna wist ik niet wat ik er nog aan zou moeten doen, maar een uitgever kon daar een andere mening over hebben.’ Ze besloot de eerste tien hoofdstukken op te sturen naar Van Oorschot. ‘Die hadden drie maanden nodig om te reageren. Op de laatste dag van die drie maanden heb ik maar eens gebeld. Ze hadden er nog niet naar gekeken. Een paar weken later belden ze: we zijn geïnteresseerd, kun je de rest ook sturen?’

Met de uitgever besprak Minke haar manuscript. ‘Als ik iets echt niet wilde veranderen, hoefde dat niet, maar daar was dan wel discussie over. De meest ingrijpende verandering was één hoofdstuk waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Jij kent je eigen bedoelingen, maar als de lezer die bedoelingen niet snapt, dan heb je het niet goed opgeschreven. Dat hoofdstuk heb ik helemaal herschreven. Zo’n uitgever is natuurljk veel meer taalvaardig dan ik, af en toe maak ik gewoon fouten. Foute zinnen, bijzinnen die niet slaan op het onderwerp van de hoofdzin, dat soort dingen.’ Ze lacht: ‘Ik heb in de krant gelezen dat ik niet echt kan schrijven, dat is ook zo. Ik kan wel goed nadenken, ik ben vooral bezig met hoe dingen in elkaar zitten, maar vlot schrijven, dat kan ik niet. Een verhaal in lekker pakkende zinnen neerzetten is niet mijn sterkste kant. Toch schrijf ik. Heel arrogant misschien, maar ik denk dat ik iets te melden heb en dan wil ik dat zo opschrijven dat het ook nog een beetje kwaliteit heeft.’ 

Minke denkt na © Hilda AbbingRecensies
Al met al duurde het bijna anderhalf jaar voor Strikt in de winkels lag. En toen kwamen de recensies. Leerzaam, vindt Minke: ‘Maar ook heel naar om mee te maken. Dat boek was er, en een paar dagen later kwam iemand op mijn werk met een krant aanzetten waarin een enorme foto van mij stond en een recensie die ik als heel negatief ervaren heb. Die recensent deed niet alleen uitspraken over mijn boek, maar ook over mij. Ik las dat, en vervolgens zaten er gewoon weer patiënten te wachten. Dan moet je heel snel omschakelen. Ik realiseerde me: als je een boek schrijft, gaan mensen daar van alles over zeggen.’

Na die eerste recensie was ze voorbereid op het ergste, maar de tweede bleek positief. ‘Ik heb er een stuk of elf verzameld, sommige positief, sommige negatief en sommige daar tussenin. In De Volkskrant stond een recensie die niet zozeer over het boek als over de hoofdpersoon ging, de recensente vond Judith, op wie de hoofdpersoon verliefd wordt, maar een trut.’ Zulke recensies verbazen haar: ‘Dat gaat niet over het boek, dat gaat over het verhaal. Als je de pretentie hebt om literatuurrecensent te zijn, moet je iets over de literaire kwaliteiten van een boek zeggen, dan moet je niet de hoofdpersoon gaan recenseren. Het gaat erom of het verhaal goed geschreven is, of het goed in elkaar zit en boeiend is om te lezen. Maar misschien is het wel een compliment als iemand zich zo verliest in het verhaal, dan heb je dat kennelijk zo opgeschreven dat het een hoge werkelijkheidswaarde heeft gekregen. Er was ook een recensent die Strikt walgend van zich af gooide. Ik denk dan: schrijf dan geen recensie, vraag het aan een collega. Als literatuurrecensent moet je gewoon je werk goed doen: boeken recenseren. Ik kan toch ook niet tegen mensen die ik onaangenaam vind zeggen: rot maar een eind op, joh? Als ik bang ben voor een patiënt of ik word er verliefd op, dan kan ik mijn werk niet goed doen. Als een recensent vergelijkbare gevoelens over een boek heeft, moet-ie een collega vragen om het te recenseren. Dat is professioneel.’

Iets te melden
‘Wat je zelf van binnen voelt en bedoelt, wordt door sommige mensen begrepen en daar ben je dan blij om,’ gaat Minke verder, ‘maar anderen interesseert het niet en die maaien je van tafel. Homoseksualiteit is niet zo interessant. Als je een heteroseksuele schrijfster bent, dan word je gelijk geïnterviewd, als je lesbisch bent word je warm ontvangen door je eigen gevoelsgenoten, maar is er verder wat minder interesse. De meeste mensen zijn heteroseksueel, dus die zijn geïnteresseerd in heterodingen, en waarom zou je, als je niet van auto’s houdt, een blad over auto’s gaan lezen? Ik wil er niet bitter over zijn, maar zo zit de werkelijkheid gewoon in elkaar.’
Over haar volgende boek maakt Minke vast schaduwrecensies in haar hoofd: ‘Dat ze zeggen: “Het klopt, Minke Douwesz kan helemaal niet schrijven, onvoorstelbaar dat Van Oorschot nog een tweede boek van haar uitgeeft”, en dan hoop ik dat het meevalt.’

Strikt nog eens schrijven? Minke zou het niet meer kunnen. ‘Ik heb het boek nog wel eens ingekeken en dan dacht ik: wat een wonderlijk boek eigenlijk, wat vreemd dat Van Oorschot dat heeft uitgegeven. Ik heb zelden zo de slappe lach gehad als toen Strikt gedrukt was en ik het zelf voor het eerst als boek kon lezen. Ik vind het nog steeds leuk omdat al mijn eigen voorliefdes, grapjes en rariteiten erin voorkomen. In een recensie schreef iemand: “Zo praten mensen niet”, en vervolgens kreeg ik een briefje van een vriend waarin stond: “Zo praat jij wel”.’

Weg
Inmiddels heeft Minke net de eerste versie van haar tweede roman Weg afgerond. Wederom met de hand. ‘Nu ik meer met de computer werk, merk ik dat ik kramp krijg als ik een paar uur achter elkaar zit te schrijven. Maar Strikt heb ik met vulpen geschreven en met dit boek wilde ik hetzelfde doen. Zolang iets nog niet zwart op wit op beeldscherm staat, voelt het niet zo definitief.’

een van de vele schriften die Minke gebruikte voor Weg © Hilda Abbing

Weg gaat over een relatie die uitgaat: ‘En over een heleboel dingen daaromheen, over hoe je ermee moet omgaan dat mensen tegengestelde belangen hebben en verschillend zijn, over politiek, wel of geen vlees eten, de achtergrond van je familie, over homoseksueel zijn in negentiende-eeuws Rusland, mensen die soms wezenlijk anders zijn en toch samen in één huis, één land of op één wereldbol wonen. De hoofdpersoon is gynaecoloog, aan het promoveren en bezig met de laatste loodjes van haar proefschrift. Het boek begint met een vergadering waar iemand een vraag over haar laatste artikel stelt. Dan stort het hele kaartenhuis van haar beweringen in elkaar en denkt ze: ik begrijp er eigenlijk helemaal niks meer van. Terwijl ze de zaak opnieuw moet uitdenken,  gaat haar relatie teloor. Om de gedachtencirkels waarin ze is vastgedraaid, vlot te trekken begint ze met een collega aan een verhaal. Zo heb je het verhaal over de relatie, het onderwerp van haar onderzoek, en het verhaal dat ze samen met haar collega schrijft. De drie lijnen lopen parallel en door elkaar heen, alles hangt samen.’

Het verhaal mag dan tegengesteld zijn aan dat van Strikt (dat juist gaat over het begin van een relatie), aan haar schrijfstijl heeft Minke niets veranderd. ‘Een bloemrijke stijl is niet mijn sterke punt, als mensen mijn boek als roman waarderen is het meestal om de compositie. Dus heb ik nu veel aandacht aan die compositie besteed. De gesprekken met de uitgever gaan ook over hoe dat bouwwerk in elkaar zit, niet echt over het verhaal, al hebben ze dat wel geboeid gelezen.’

Stijve hark
Een schrijver vindt ze zichzelf niet: ‘Philip Roth, Virginia Woolf, dat zijn schrijvers. Die doen verder niets anders, dat is hun vak. Mijn vak is psychiater. Ik vind niet dat ik goed kan schrijven, maar ik kan wel goed nadenken en schrijven is mijn manier om me uit te drukken. Verder ben ik een stijve hark, ik kan een beetje pianospelen, maar niet dansen of toneelspelen, dus blijven er weinig mogelijkheden over om iets te vertellen. Hoewel ik best nog wel eens een film zou willen maken.’ 

Over Minke Douwesz