interview Rianne Witte: 'Ik moet wel lachen om mijn eigen boeken'
Rianne Witte debuteerde in 2009 met de succesvolle roman Schijn, hoop en liefde. In juni 2011 verscheen haar tweede boek, Donor gezocht. Lesbischlezen.nl interviewt Rianne. Over Texel, kinderwensen, spuitende dildo's en relativerende recensies.
Tekst: Lenneke de Ruijter
Waar gaat Donor Gezocht over?
Het verhaal gaat over Marit, die een relatie heeft met Susan. In de film The Baby Formula zien ze hoe een lesbisch stel twee kinderen krijgt. Marits oude kinderwens laait weer op. Maar Susan zit niet meteen op een kind te wachten. En ja, wat er dan verder gebeurt…
In hoeverre is Donor Gezocht autobiografisch?
Bij Schijn, hoop en liefde vond ik het vrij irritant dat iedereen dacht – of hoopte – dat het een autobiografie was. Als je dan vertelt dat het niet autobiografisch is dan zie je zo die belangstelling verdwijnen. De boeken zijn allebei totaal niet autobiografisch. Bij Linda kon ik me de situatie altijd voorstellen en dan invullen wat ze zou doen. In Marit zit veel meer van mezelf waardoor het veel dichterbij komt. Soms valt er ook achteraf een kwartje. Ik ben bijvoorbeeld helemaal niet zo gelovig opgevoed als Linda uit Schijn, hoop en liefde. Maar laatst merkte ik dat mijn moeder altijd kerkelijke liederen zingt als ze zich goed voelt. Het geloof zit dus toch in mijn opvoeding. Geloven is veel meer dan alleen naar de kerk gaan; het is een levensstijl. Een of andere schrijver zei ooit: 'Er zit niet meer in een boek dan wat de schrijver er bewust in gestopt heeft'. Dat is zo niet waar! Er komt zoveel bij vanuit het onderbewuste. Je haalt er als lezer ook je eigen dingen eruit.
Hoe ben je op het onderwerp van Donor Gezocht gekomen?
Weet je dat ik dat eigenlijk niet meer weet... Ik denk dat het komt door The Baby Formula, en ik heb zelf al een paar jaar een kinderwens. Ik ontdekte dat er weinig boeken zijn over lesbische stellen met kinderen. Daar kwam het idee vandaan. Ik koos voor Texel omdat iedereen sinds Schijn, hoop en liefde denkt dat ik van de Veluwe kom. Maar Texel is natuurlijk ook niet alles! Als lesbienne blijf je niet op zo'n eiland zitten; 1 op de 10 vrouwen is lesbisch, dan heb je daar dus weinig kans. Dat geldt sowieso voor kleine steden en dorpen. Jongeren trekken allemaal naar de grote steden om daar meer zichzelf te kunnen zijn.
Je maakt een spurt in de lesbische thematiek: van een coming-out roman naar een verhaal over een lesbisch stel met een kinderwens. Voelt het ook zo?
Eigenlijk was het hele onderwerp van Schijn, hoop en liefde toeval. Dat begon tijdens een workshop waarbij we een gesprek tussen drie mensen moesten beschrijven. Dit was het eerste dat me te binnen schoot! Ik wilde snel een naïef en wereldvreemd meisje neerzetten. Dan ligt een boerenmeid van de Veluwe, uit een strikt milieu, voor de hand. Hilda van LaVita Publishing vroeg of ik daar niet een boek van wilde maken. Donor gezocht was een bewustere keuze. Bij Linda voelde ik me vaak beperkt. Ze is 19, wereldvreemd en nog niet helemaal ontwikkeld in haar emotionele en sociale intelligentie. Daarom vond ik het nu leuk om over dertigers te schrijven. Ik kon meer mijn eigen gedachtegang volgen. Daardoor kan het wel confronterend worden. Toch was Linda op haar manier ook confronterend. Ik moest haar op een gegeven moment boos laten worden. Zelf ben ik daar niet zo goed in, dus ik kreeg Linda ook maar niet echt kwaad! Bij Marit ging dat al stukken makkelijker, zij wordt heel snel boos. Met Susan had ik ook moeite: dat vond ik eigenlijk niet zo’n leuk type. Je wilt een beetje spanning in die relatie hebben, dus het moet niet te makkelijk gaan. Toch moest ze aardiger worden; het moet logisch zijn dat Marit bij haar wil blijven.
Je boeken zijn erg humoristisch. Vind je jezelf grappig?
Ik moet zelf wel lachen om mijn boeken, ja. Bij Schijn, hoop en liefde had ik dat erg toen ik het in boekvorm las. Eerst vond ik dat best gênant. Aan de andere kant: als ik al niet om mijn eigen grappen kan lachen, wie dan wel? En waar lach ik dan verder nog om, als ik mezelf al niet eens leuk vind? Dus ik heb me er maar bij neergelegd. Grote grappen moet je wel van tevoren bedenken, omdat je die moet inplannen in het verhaal; de kleinere ontstaan. Zoals in Donor gezocht als Alex meegaat naar de huisarts en hij op de fiets blijkt te zijn: dan wil hij daarna de kroeg in. Die zag ik zelf niet aankomen, dat ontstond gewoon. En er was er één die ik zelf zo grappig vond: als Marit met Pjotr is gaan kiten en ze tegen hem zegt: 'Ja, maar jij was degene die bij onze eerste ontmoeting meteen een kind van me wilde!' Daarna ging ik hardlopen en liep ik de hele tijd te grijnzen.
Wat voor boeken lees je zelf graag?
Dat weet ik eigenlijk niet zo goed. De laatste twee jaar heb ik veel kinderboeken meegelezen met mijn dochter van 12. Wat ik daar zo leuk aan vind is dat er veel gebeurt en dat er een flinke dosis humor in zit. In de volwassen literatuur wordt vooral veel beschreven en uitgedacht en dat kan ik soms beu zijn.
Werk je al aan een nieuwe roman?
Even niet, ik ben druk bezig met solliciteren, er moet ook geld verdiend worden. Daarnaast bijkomende dingen zoals mijn LinkedIn-profiel eens bijwerken, wat freelance klusjes en binnenkort een column in Zij aan Zij. Dat is leuk, want het zijn projecten waarbij ik wel kan schrijven maar niet aan iets groots hoef te beginnen.
Wat doen recensies met jou?
Ik bedenk altijd dat de lezer er zelf van alles uit kan halen. Recensies zijn zo divers en daarom ook wel relativerend. Over het algemeen waren ze wel positief, gelukkig. Er was er geloof ik één die vond dat er meer diepgang in de personages had mogen zitten. Als een recensie net dat ene raakt dat je belangrijk vindt, dan voel ik dat waarschijnlijk wel. Kijk als ze schrijven: 'Het was niet erg literair', dan zit ik daar niet echt mee, want dat was niet de bedoeling.
Heb je van tevoren onderzoek gedaan voor Donor gezocht?
Ik heb me verdiept in kitesurfen en de plattegronden van Texel en Amsterdam. Het hoeft niet perfect te kloppen maar wel zo dat je net genoeg kunt noemen om geloofwaardig over te komen. En dat mensen die het kennen nergens over kunnen vallen. En natuurlijk de spuitende dildo! Dat heb ik gegoogled en dan daarna netjes de geschiedenis gewist, haha! Ik heb ook wel even gegoogled op stamcellenonderzoek, maar daar is weinig over te vinden; net als wat Marit vindt eigenlijk.
Hoe zou je het genre van je eigen boeken omschrijven?
Wat mijn beide boeken met elkaar gemeen hebben is dat beide onderwerpen heel makkelijk zwaar te maken zijn. Eén genre noemen is lastig; het lijkt nog het meeste op chicklit, maar dat is in mijn beleving nog net wat oppervlakkiger, dit gaat wat dieper. Het leest wel minstens zo makkelijk en het kan dezelfde mensen aanspreken.
Als je een nieuw boek zou schrijven, zou dat dan weer een lesbische hoofdpersoon hebben?
Ik denk het wel. Schijn, hoop en liefde heeft een lesbisch thema, coming-out. Donor gezocht is al universeler; een kinderwens. Ik blijf waarschijnlijk bij thema’s die vaak voor lesbische vrouwen net even anders zijn. Ik zou graag nog eens een boek schrijven over twee bejaarde vrouwen die naar het verzorgingshuis gaan. Dat zit al langer in mijn hoofd. Ook daar zijn nog niet veel boeken over geschreven. Dat vind ik zo heerlijk aan schrijven: je kunt echt iedereen zijn.
Over Rianne Witte
Over Donor gezocht
| < Interview Adriënne Nijssen: 'Lesbisch boegbeeld? Ik zou mezelf niet zo noemen, nee.' | Interview Joanne Horniman: 'Ik schrijf over eenlingen' > |
|---|