Verse kruiden - kort verhaal door Connie van Gils
Verse kruiden
Een aantal jaar geleden kreeg ik voor mijn verjaardag een kookboek met de titel The naked chef, van Jamie Oliver. Ik had nooit van hem gehoord, maar mijn gasten bleken hem allemaal te kennen van tv. Waar dat naked op sloeg wist ik niet en ik durfde het niet te vragen. Ik hoopte dat dat naked niet letterlijk bedoeld was, want ik hield, zoals iedereen wist, meer van vrouwelijk naakt. Donna Hay, naked, zo’n titel paste meer bij mij. Ik hield veel van haar borsten. Maar enfin. Ik sloeg het boek enigszins beducht open, en kwam veilig terecht bij het hoofdstuk Kruiden en specerijen. Ik las: ‘Verse kruiden zijn onmisbaar, je kunt ze in bijna elk gerecht dat je maakt gebruiken. Ze zijn heel gemakkelijk te kweken: of je in de stad of op het platteland woont of arm of rijk bent en of je op de zestiende verdieping woont of in een kelder, het maakt niet uit! (..) Het enige wat je eraan hoeft te doen als ze in een pot staan, is af en toe water te geven. Ze worden alleen maar groter'. Het stukje eindigde met: 'Koop die dure zakjes uit de supermarkt toch niet. Ze zijn duur, inferieur en het is altijd een bedroevend kleine hoeveelheid'. Dat laatste is waar.
Ik las wat recepten door en het klonk zo smakelijk, dat ik aangestoken werd door zijn enthousiasme. Ik was bij ons thuis degene die altijd kookte, Mathilde hield meer van eten. Dat was te zien. Ik heb een voorliefde voor een beetje mollig. Gulzig met eten, gulzig in bed, zeg ik altijd maar.
Nog diezelfde week kocht ik bij een tuincentrum rozemarijn, tijm, munt, oregano en marjolein (winterhard) en basilicum, peterselie en koriander (voor binnen). Daarnaast kocht ik drie smeedijzeren plantenbakdragers voor aan mijn balkonrand, bijpassende groene plantenbakken, aardewerk potten, potaarde, gebloemde tuinhandschoenen, een gieter, een plantenspuit en een schepje. Voor het geld dat ik uitgaf had ik jarenlang dure zakjes met inferieure kruiden kunnen kopen. Ik zette mijn binnenkruiden op de vensterbank in de keuken en verdeelde mijn buitenkruiden over de bakken en de potten op het balkon. Het zag het er geweldig uit, feestelijk, prachtig van kleur. Die eerste week aten Mathilde en ik ‘echte tomatensalade’ (met een paar blaadjes basilicum) en maakte ik pesto. Daar had ik drie handen vol basilicum voor nodig, maar zoveel had ik nog niet, dus had ik maar een heel klein beetje pesto en daarvoor moest ik mijn hele plantje kaal knippen. Het zag eruit of dat niet meer goed zou komen, daarom kocht ik de volgende dag bij mijn tuincentrum meteen maar een nieuw basilicumplantje. Ik maakte salsa verde. Daarvoor gebruikte ik mijn peterselie, nieuwe basilicum en munt, en ik kokkerelde als een echte keukenprinses gebraden lamsbout met verse tijm. Het smaakte voortreffelijk. Mathilde drukte haar zachte borsten tegen me aan en fluisterde dat ze nog nooit zo lekker had gegeten.
Na die eerste week zag ik een streepje mieren naar mijn balkon marcheren. Ik had nooit eerder een mier in huis gehad, dus waar kwamen die nou ineens vandaan en waar gingen ze naartoe? Ik inspecteerde mijn plantjes; ze hadden luis. Jakkie. Ik belde een eco-lesbo die ik nog kende van de praatgroep, met een macrobiotische moestuin.
‘Dat hoor je niet vaak van kruiden, dat ze luis hebben,’ zei ze. ‘Je hebt er wel spuitbussen met gif voor, maar als je je kruiden nog wilt eten...’
‘Wat moet ik dan?’ vroeg ik.
‘Nou, je kunt het beste lieveheersbeestjes vangen, want die lusten graag bladluis.’
‘Lieveheersbeestjes vangen? Waar dan?’
Tja, dat wist ze ook niet. ‘Buiten.’
Maar mieren waren niet goed, mieren molken de luizen alleen maar. Ze legde me nog uit dat luis een teken was dat mijn plantjes niet happy waren. Dat ze óf niet op de goede plek stonden - nou had ik geen andere plek, en volgens die Jamie kon het overal - óf dat ze eenzaam waren. ‘Planten zijn net mensen, dol op gezelschap,’ besloot ze.
Ik reed weer naar mijn tuincentrum waar men me Plantschoon aanraadde, volledig ecologisch, tegen bladluis en witte vlieg (witte vlieg had ik gelukkig niet!). Ook kocht ik van elk kruid dat ik al had drie nieuwe exemplaren voor de gezelligheid. Thuisgekomen zette ik mijn plantjes zo dicht en knus mogelijk bij elkaar en begon te spuiten, gedeeltelijk uit voorzorg.
Naarmate de tijd vorderde zagen mijn kruiden er echter steeds minder florissant uit. Het hielp gewoon allemaal niet. De blaadjes hingen slap en er kwamen bruine randjes aan. Er was nog steeds of weer luis. De mieren zaten nu ook in de keuken.
Gaf ik ze te veel of misschien te weinig water? Alleen mijn oregano deed het goed. Er kwamen lilakleurige bloemetjes in en de bijtjes zoemden de hele dag af en aan. Heel landelijk. Echt veel smaak zat er alleen niet aan.
Ik begon terug te verlangen naar mijn kant-en-klaarzakjes. Het was misschien niet veel wat er in zo’n zakje zat, maar voor ons was het genoeg en toch altijd nog meer dan ik wist te produceren. Relatief gezien van superieure kwaliteit ook. En het was in elk geval met zonder beestjes.
Op een ochtend dat alles er heel verlept bijstond, gaf ik het toe. Het was mislukt. Ik was mislukt. Geen groene vingers. Ik mieterde de hele bubs in de kliko en zette de smeedijzeren plantenbakhouders op marktplaats.nl.
Voor mijn volgende verjaardag kreeg ik van mijn Mathilde (‘Je mag het ruilen hoor’) deel twee: The naked chef is terug! Ik sloeg het boek onmiddellijk en getergd open bij Kruiden en specerijen en las: 'Eerlijk gezegd ben ik nooit echt goed geweest in het kweken van delicate kruiden als peterselie, basilicum, koriander en dragon. Je hebt daarvoor een ruime hoeveelheid voedzame grond nodig op een beschutte lichte plaats in de tuin (..) dus ik koop ze gewoon op de markt…'
Ja zeg, zo lust ik er nog wel een.
| < Afstand - kort verhaal door Natasja Kraijer |
|---|