Tintels - kort verhaal door Kaat Roozal
Tintels
Voorzichtig haal ik de foto uit mijn tas. Dan het tubetje lijm, lijmt alles op alles volgens het opschrift. Ik open de tube en smeer wat op de achterkant van de foto. Dan wapper ik ermee in de wind.
‘Komt je vader hier nog wel?’ vraagt Ella.
‘Ssst,’ gebaar ik.
‘Doe niet zo raar joh, ze horen je niet.’
‘Ik wil geen aandacht trekken,’ fluister ik.
‘Het is twee uur. Wie dacht je dat er in dit godvergeten oord nog op is?’
‘Nou ja, het hoort niet of zo. Weet ik veel, houd nou je mond.’
Terwijl ik wacht tot de lijm kleverig is, veeg ik met mijn hand de grafsteen schoon.
Zes jaar geleden logeerde ik bij Oma op de boerderij. Ze was al over de tachtig.
‘Kom eerst eens naar de kuikens kijken,’ zei Oma, nog voor ik mijn jas uit had. We liepen naar het gammele kippenhok waar Oma zes krielkipjes had en een trotse haan. Twee van de kippen scharrelden met kuikens. Ik pakte een van de donsjes en blies voorzichtig over het zachte kuifje. De kloek kwam luid kakelend aanstuiven.
‘Stil maar, het is goed,’ suste Oma. De kip draaide onrustig om haar benen maar accepteerde dat ik haar kuikens aaide.
‘Mooi hè, dat jonge spul.’
‘Prachtig.’ Ik voelde me weer even het kind dat aan Oma’s hand mee mocht naar de jonge dieren op de boerderij; de kalfjes en de lammetjes.
Toen we weer binnen waren, keek ze me indringend aan. Ze haalde haar hand door haar dunne witte haren.
‘En nou jij. Wanneer krijg jij nou eens kinders?’
Ik slikte. Het moest er ooit van komen, maar niet nu. Nog niet.
‘Oma, ik heb geen partner, dat weet u heel goed, ik heb het te druk,’ ontweek ik nog even.
‘Toch zie ik iets in je ogen, je glimmert een beetje. Er is wat, niet?’
‘Nee Oma, er is niks.’
‘Jawel, jawel, vertel!’ drong ze aan.
Kreun! Oma had altijd al dwars door me heen gekeken.
‘Ik weet niet of u het zult begrijpen, het is misschien een beetje vreemd. Ik ben verliefd, ja, dat heeft u goed gezien.’
‘Nou vertel, wat heb je voor een kerel?’ Haar ogen schitterden van pret. Ze schonk lauwe koffie in een gescheurd kopje; zonder schoteltje zette ze het op het kaal geworden zeil.
‘Het is geen kerel, Oma. Het is een vrouw, Ella heet ze. We zijn allebei… heel erg verliefd. Misschien vindt u dat een beetje moeilijk,’ stamelde ik.
Oma lachte. ‘Hoezo moeilijk? Is ze lief?’
‘Ze is heel lief, we hebben het echt leuk samen.’
‘Och meid, als dat in onze tijd had gekund.’
‘Wat bedoelt u?’ Ik goot de inhoud van het kopje in één slok naar binnen.
Oma pakte de kopjes om ze in de gootsteen te zetten. Drentelde terug naar de tafel. En weer naar het aanrecht. Daar draaide ze zich resoluut om naar mij.
‘Zweer dat je het niet aan je vader vertelt.’ Ze veegde haar handen af aan haar schort.
‘Ik zweer het.’ Als ze niet zo ernstig had gekeken zou ik in lachen zijn uitgebarsten. Hield ze me nu voor de gek of vond ze het echt niet vreemd van Ella? Iets in haar blik vertelde me dat ze worstelde met haar gedachten.
‘Toen ik zestien was, heb ik gezoend met een vrouw. Gezoend en nog meer. Gefriemeld! Ze was mijn vriendin op school, Janna, je kent haar wel.’
Ik proestte het uit.
‘Janna? Die ken ik, ja. Heeft u met haar gezoend?’ vroeg ik ongelovig.
‘Ja, achter de hooiberg.’ Oma keek schalks. ‘Zogenaamd om te oefenen, voor als we mee uit zouden worden gevraagd. Het tintelde in mijn lijf. Het tintelde overal. Ook bij haar… ze is nooit meer getrouwd.’
‘Maar u wel, Oma. U bent wel getrouwd.’
‘Ik wilde een gezin, een nest om voor te zorgen. Jouw Opa vroeg niet veel. Als ik stil bleef liggen, was hij in vijf minuten klaar. Veel plezier heb ik er niet aan gehad, maar dat had ik er voor over.’
‘En Janna? Zij bleef alleen?’
‘Ze kon het niet, niet met een man. Ik was haar liefste, zei ze. We zijn dikke vriendinnen gebleven. Meer dan dat.’ Ze knipoogde naar me.
‘En toen Opa was overleden? Toen konden jullie toch samen zijn?’
‘Stiekem zijn we ook heel wat samen geweest. Het tintelde toen niet meer, we waren al over de zeventig. Weg tintels.’
‘Wat jammer.’
We dronken door Oma gemaakte vlierbessenjenever uit kopjes zonder oor. Te veel en te snel.
‘Waarom zit u te lachen?’ vroeg ik, toen ik haar ogen weer zag twinkelen.
‘Ik zit net te bedenken, het zit in de familie maar het slaat een generatie over,’ zei Oma giechelig.
‘Nee hoor,’ antwoordde ik. ‘Het slaat geen generatie over. Papa is ook gek op vrouwen. Hij is al voor de derde keer getrouwd.’
‘Ja, als je het zo bekijkt.’ Achter haar hand vermoedde ik een lach op haar lippen.
Veel te laat ging ik slapen in het kleine opkamertje boven de kelder dat altijd mijn kamertje was gebleven. Oma kwam me instoppen, als was ik nog zeven.
‘Mondje dicht, hè,’ fluisterde ze.
‘Ik zweer het, Oma.’ We gierden het samen uit.
Bij latere logeerpartijen, waarbij Ella ook vaak aanwezig was, sprak ze nooit meer over haar tintels. Ik bracht het ook niet meer ter sprake. Het was voldoende om het te weten.
Elk jaar begin mei, op de verjaardag van Janna, legden we een grote bos rode rozen op haar graf. Oma en ik.
Ik vond foto’s van Janna in Oma’s nachtkastje, toen ik de boerderij leegruimde.
Ik plak de foto naast het portret van Oma. Opa kijkt nors vanuit zijn eigen lijstje, Oma lijkt te glimlachen. Dan ga ik naar de grafsteen van Janna, enkele rijen verderop. Zij heeft geen foto op de grijze zerk. Ik pak de tweede foto uit mijn handtas. Oma en Janna staan stijf naast elkaar in de branding, hun rokken tegen het opspattend water opgetild tot boven de knie. Ze kijken onwennig naar de fotograaf, waarschijnlijk mijn Opa. Ook deze foto voorzie ik van lijm en daarna plak ik hem op de grafsteen.
‘Kom, we gaan,’ fluister ik tegen Ella.
| < Stenen - kort verhaal door Hilda Knol | Afstand - kort verhaal door Natasja Kraijer > |
|---|