Aanmelden nieuwsbrief

zoeken

Woorden - kort verhaal door Marijke van Dijk

Woorden

Mijn handen omklemmen het stuur. Moet ik dit wel doen? Waarom heb ik ermee ingestemd? Ik overweeg om te draaien, weer naar huis, me veilig achter mijn computer te laten verwarmen door jouw woorden. De gedachte dat die woorden dan zeker ophouden, weerhouden me van omkeren. Ik ben verslaafd geraakt aan je woorden.
Vanaf het moment dat ik een glimp van jouw innerlijke wereld opving, wilde ik daar deelgenoot van worden. En dat niet alleen, ik wilde er deel van uitmaken; een plaats veroveren tussen al dat moois. Het ritme van je zinnen, de keuze van je woorden, de gevoelige regels, ieder keer opnieuw werd ik overweldigd door de schoonheid ervan.
Eindeloos vaak heb ik me afgevraagd hoe de persoon achter die zinnelijke woorden eruit zou zien. Ik stelde me je handen voor terwijl ze die prachtige zinnen typten, soepel en slank. Ik zag hoe ze gedachteloos een haarlok achter je oren schoven als die je hinderde bij het schrijven. Nooit zag ik je gezicht, maar ik voelde je energie en dat was goed.
Geen enkele keer heb ik echter overwogen om onze virtuele liefde in te ruilen voor een tastbare. Jij was het die aangaf dat je me wilde zien, dat je naar me verlangde, als een vlam naar zuurstof.
Nu zit ik rusteloos achter het stuur. Ik kijk uit naar onze ontmoeting, maar tegelijkertijd ben ik er doodsbang voor. Straks zullen onze sensuele, erotische, maar veilige liefdesverklaringen omgezet moeten worden in daden. Hoe roekeloos! Na vandaag zal alles anders zijn.
Hoe zul je ruiken? Hoe zul je lachen? Hoe zul je kijken, bewegen en me tegemoet treden? Hoe zal ik lachen? Hoe zal ik kijken? Hoe zal ik je tegemoet treden? Of moet ik daar niet over nadenken, maar me laten overrompelen door je persoonlijkheid?

Ik parkeer de auto in het enige vak dat ik kan vinden. Een laatste blik in de achteruitkijkspiegel, een snelle hand door mijn haar, dan stap ik uit en begeef mij richting het café waar wij afgesproken hebben.
Als ik binnenkom, moeten mijn ogen wennen aan het donker, maar dan zie ik je zitten, alleen aan een tafel, vlakbij de bar. Ongemakkelijk verkruimel je een bierviltje. Ik bezie je handen, je lijf en je gezicht. Je lijkt niet bij je woorden te passen; je buitenkant niet bij de binnenkant.
Aarzelend loop ik op je af, met iedere stap kom je dichterbij en wanhopig speur ik naar een teken. Een teken, zo je wilt een kenmerk, dat me geruststelt, dat me bevestigt dat jij het bent die de laatste maanden mijn leven zoveel glans heeft gegeven. Iets tastbaars en net zo mooi als je woorden.
Je hoeft niet te zoeken, houd ik mezelf voor, je komt het vanzelf tegen, laat het met rust. Ik probeer je woorden op te roepen, maar ze zijn ver weg. Toch hebben ze gisteren nog mijn lichaam tot leven gebracht, mijn hart gevoed en doen gloeien.
Je kijkt op en onze blikken kruisen. Ik ben nu bijna bij je aangekomen; als ik mijn hand uitstrek zou ik je kunnen aanraken. Nog steeds is jouw blik op mij gericht, maar de mijne is langs je heen gegleden, net als mijn lijf dat buiten mijn wil, zo lijkt het, zich blijft voortbewegen, langs je tafel, richting toilet.
Ik kan het niet. Ik wil het wel, maar ik kan het niet, of nee, ik wil het niet. In niets lijk je op de persoon uit mijn verbeelding, geen enkele gelijkenis met je woorden, andere energie.
Is het verkeerd ervan af te zien? Is het moedig of laf nu om te draaien, terug naar mijn auto, naar huis, naar je woorden? Is het voor jou een afwijzing? Ik kan de teleurstelling in je ogen al oproepen. Zul je het begrijpen?
Ik blus mijn koortsachtig gezicht met water, droog het en ga bij het open raam staan. Zo langzaam mogelijk zuig ik zuurstof op. De koude lucht glijdt langs mijn wangen en onwillekeurig moet ik huiveren. Nog een teug, dan draai ik om, terug naar de warmte van het café.

Als ik de deur open en het geroezemoes me overspoelt, zie ik je ogen oplichten. Slechts even, want het volgende ogenblik knijp je ze samen en maak je ze donker. Er schuift iemand bij je aan tafel, iemand die je goed kent, dat kan ik zien. Jullie wisselen enkele woorden, je mond verstrakt.
Langzaam zet ik me in beweging, richting uitgang. Je hebt niets in de gaten, maar bent volledig in beslag genomen door die ander. Vanuit mijn ooghoeken zie ik iemand op mij afkomen. Een hand op mijn schouder, soepel en slank. Ik kijk op en verdrink, ik verdrink in twee peilloze diepten. Prachtige woorden wellen in mij op. Energie golft over en weer. Een hand reikt omhoog en schuift verlegen een haarlok achter de oren.

Meer over Marijke van Dijk