home
Afstand - kort verhaal door Natasja Kraijer

Afstand

Door Natasja Kraijer

Je pakte mijn hand op een geheel onverwachts moment. We stonden buiten tegenover elkaar, op de stoep, een stukje buiten het park waar we net nog opvallend zwijgend hadden gewandeld. Mijn ogen waren vragend op die van jou gericht.
‘We moeten even afstand van elkaar nemen,’ zei je en op dat moment wendde je je ogen van me af. Alsof je wist dat ik door je heen keek en er niets van geloofde. ‘Het is maar voor even. Maar het moet, dat is beter zo,’ voegde je er zwakjes aan toe. Voor een kort moment keek je me aan. Ik zag de tranen in je ogen. Jij, die bijna nooit huilt.

De eerste dag na je verzoek om afstand, voelde ik een nieuw soort gevoel van opwinding. Blijkbaar deed ik je zoveel dat je die afstand nu nodig had. Maar als snel dienden de onrust en de onzekerheid zich aan. Ik trof mezelf kokhalzend bij het ontbijt aan, ijsberend door het huis en woelend in mijn bed. Waarom wilde je afstand? Vanwege mij, omdat je bang was dat ik mezelf te veel aan het verliezen was in jou? Was dit een manier van jou om me te beschermen, omdat je dacht dat wat wij samen hebben meer voor mij betekende dan voor jou? Of hoopte je misschien dat ik in die rustperiode zou beseffen dat het voor mij niet genoeg was om verder te gaan met het ‘ons’ dat al zo snel tussen ons was ontstaan? Of was je bang dat je jezelf teveel zou verliezen? Overweldigde onze liefde je teveel? Wat, wat, wat?
Allerlei vragen drongen zich aan me op. Dag en nacht. Ik sprak mezelf toe, probeerde me te vermannen, maar het grootste gedeelte van de tijd die in onze week van zogenaamde rust verstreek, bracht ik verbazingwekkend onrustig door. Met mijn mobiel voortdurend in de buurt, hoopte ik op een bericht van jou, mezelf streng toesprekend elke keer als ik zelf de neiging kreeg je te sms'en of te bellen.

Ik vond het vreselijk om je zo te missen. Vreselijk om te merken dat ik je zo miste. Vreselijk mooi ook ergens, want de gevoelens van verdriet en lichte frustratie die ik eerder nog voelde door mijn pas verbroken relatie met Anouk, verdwenen in ongekend snel tempo naar de achtergrond. Op een gegeven moment besefte ik dat ze totaal geen rol meer voor me speelden. Ik hield me alleen nog maar bezig met het nieuwe, geweldige dat ik voor jou was gaan voelen. Ons stilzwijgen liet me dat alleen maar duidelijker inzien.

Op de avond waarvan ik wist dat je met vriendinnen de vrijgezellenavond van jouw beste vriendin zou vieren, hoopte ik dat de drank en de roes je ertoe zouden verleiden om toch contact met me te zoeken. Maar het bleef stil aan de andere kant van de lijn en het deed me verassend veel pijn.

Gisteren stuurde je me een sms'je.

‘IK MOET JE ZIEN. ZULLEN WE MORGEN OM 2 UUR BIJ DE BRAZ AFSPREKEN?’

Ik stond in de keuken toen ik mijn mobiel hoorde gaan. In mij streden blijdschap en nervositeit om voorrang, toen ik jouw woorden binnen kreeg.

Vandaag, op een terras in de zon, treffen we elkaar. Je gaat tegenover me zitten en schuift je stoel aan. Mijn hart bonst in mijn keel. Ik voel me zo nerveus in mijn angst je voorgoed te verliezen dat ik amper wat uit kan brengen. Ik, met mijn doorgaans zo grote bek. Ik betaal de ober voor de drankjes en wacht af.
‘Hoe gaat het me je?’ vraag je zonder me aan te kijken.
Het duurt even voordat ik antwoord kan geven. Ik weet niet goed wat ik moet of kan zeggen en bovendien schieten de woorden tekort. Ergens nog diep verscholen, voel ik langzaam een gevoel van woede in me opkomen. Heb je mij eigenlijk wel gemist? Ben je gewoon feestvierend de week doorgekomen zonder ook maar één moment aan mij te denken? Ik vraag het me af, maar ik vraag je niets. ‘Goed,’ zeg ik alleen. ‘En hoe gaat het met jou?’
Je verschuift het menukaartje dat op tafel staat. Met je vingers strijk je over de scherpe plastic rand.
‘Prima,’ zeg je.
‘Nou, dat is dan mooi,’ concludeer ik droogjes, maar het zweet breekt me uit.
‘Ben je pissig op mij?’ Je ogen spuwen vuur.
Ik focus mijn blik strak op jou. ‘Ja, inderdaad ja. Maar maakt dat ook maar iets uit?’ bijt ik je toe. Van het tafeltje naast ons kijkt een vrouw verstoord naar ons op.
Je kucht en roert met je rietje door de jus d’orange. ‘Als je boos op me bent dan zou ik graag de reden willen weten, dat is alles,’ zeg je, iets kalmer nu, maar ik zie de rode vlek in je hals opkomen. Die aanblik laat me iets ontdooien.
‘Hoe bevielen je de dagen zonder contact?’ wil ik weten.
Bedachtzaam roer je nog wat langer met je rietje. Ik voel hoe mijn hart weer harder gaat bonzen. ‘Ik wilde die vraag eigenlijk als eerste aan jou stellen.’
Onze blikken treffen elkaar en even meen ik te zien dat je ogen vochtiger zijn dan anders.
Ik slik, leun naar achteren en kom vervolgens meteen weer naar voren, omdat de afstand tussen ons letterlijk en figuurlijk niet goed voelt. ‘Goed, dan begin ik wel. Ik heb je vreselijk gemist. Als ik eerlijk ben, heb ik er elke dag de grootste moeite mee gehad om geen contact met je te zoeken. Ik wilde steeds van alles tegen je zeggen, met je delen en ik vroeg me voortdurend af waarom je die afstand nou eigenlijk wilde. Die onzekerheid maakte me bijna gek.’
Er verschijnt een glimlach op je gezicht. ‘En daarom ben je pissig?’
‘Ja, een beetje wel ja en ik snap eigenlijk niet zo goed wat daar nou zo grappig aan is,’ zeg ik met een enorm gefrustreerd gevoel, maar jij kijkt me intens warm aan.
‘Ik vind het juist wel lief dat het je zo raakt.’ 
‘Maar ik…’ pruttel ik niet-begrijpend.
‘Lieve schat,’ neem je het maar van me over, ‘ik moest gewoon weten wat ik voor jou beteken. Voor mij is het een paar weken geleden al duidelijk geworden, maar ik wilde je niet meteen met mijn gevoelens confronteren. Het was ook net alsof Anouk tussen ons in stond.’
‘Maar…’ Ik grijp je hand en buig helemaal naar je toe. ‘Maar wat zeg je nu dan eigenlijk?’ Mijn mond voelt droog aan.
Op je voorhoofd verschijnt een diepe frons. ‘Nee, ik wil eerst dat jij zegt wat je voor me voelt.’
Het komt omhoog, de adrenaline in mij. De hoop dat het toch echt iets kan worden tussen ons jaagt alles in me aan. Ik wil álles doen om je te zeggen hoeveel ik van je houd. Moet ik op mijn knieën voor je neerzijgen of juist blijven zitten?
‘Lieverd,’ begin ik. In een impuls pak ik je hand. ‘Lieve, lieve schat.’ Ik probeer mijn stem onder controle te houden, maar de trilling klinkt erin door. ‘Als je eens wist hoe vreselijk veel ik nu al van je houd, hoe…’ Ik kijk naar jouw hand in die van mij. ‘Hoe ontzettend ik je gemist heb. Hoe ontzettend verliefd ik op je ben…’
Bij het woord verliefd hoor ik je zuchten en als ik naar je opkijk, zie ik hoe je zachtjes knikt. ‘Dat is mooi om te horen.’
We staan tegelijkertijd op en omhelzen elkaar. Ik snuif jouw heerlijke geur in me op. ‘Je bedwelmt me,’ fluister ik in je oor. ‘Wat fijn om je zo dicht bij me te voelen.’
Onze lippen raken elkaar als vanzelf aan. Jouw ogen sluiten zich, maar ik wil nog even kijken. Je bent zo mooi. Dan voel ik jouw tong over mijn lippen en ik reageer instinctief en vol verlangen door je intens terug te zoenen. We verkennen, voelen, zuchten, lachen en kreunen uiteindelijk zelfs. We gaan helemaal in elkaar op. Ik verdwijn in jou op het overvolle terras, alles en iedereen vergetend. Wat telt, is jij en ik. Hier, nu.
‘Laten we iets geks doen,’ hoor ik je zeggen en ik weet nu al dat ik je zal volgen, wat je ook zal voorstellen. Je kijkt me van dichtbij aan en begint verlegen te lachen. Je giechelt zelfs. Het laat me nog meer smelten.
‘Wat?’ wil ik weten en ik word zelf ook verlegen.
‘Ik weet hier in de buurt een hotel… Ik kan eigenlijk niet meer wachten.’

Over Natasja Kraijer

Share/Save/Bookmark
 
je bent hier:
Home korte verhalen Afstand - kort verhaal door Natasja Kraijer
poll
Ben je lid van de bibliotheek?