|
De levenslijn werd niet één keer onderbroken. Een gladde diepe lijn in de palm van de linkerhand. Een sterke hand, zo een had ze vandaag nog niet gezien. Dita leek in diepe concentratie verzonken terwijl ze zo onopvallend mogelijk de eigenaar van de hand bestudeerde. Halflang donker haar, volle onderlip, een klein kronkelend litteken op de linkerwang, net boven de kaak. Hun blikken kruisten elkaar. De waarzegster begon met haar verhaal. ‘Ik zie een lang leven, goede gezondheid, geen ongelukken.' Het leverde een verveelde zucht van haar klant op. 'Dat heb ik al zo vaak gehoord vandaag, kun je niet met iets beters komen?'
Ze pakte de hand op, de palm omhoog, de vingers gespreid. 'Ontspan je, dan zie ik de lijnen beter.' De hartlijn sprong er direct uit. Dita wist dat de meeste mensen alleen in deze lijn geïnteresseerd waren. Die onthulde immers iemands liefdesleven, geluk, ongeluk, het vermogen om lief te hebben. Of om bemind te worden. 'Zo te zien ga je trouwen. Twee keer. Twee keer de belofte van eeuwige trouw, maar slechts eenmaal zul je je eraan houden.' Haar klant reageerde kortaf, verre van verrast. 'Het eerste huwelijk heb ik al achter de rug. Dat was niet zo'n succes.' 'Hmm, jong getrouwd, botsende karakters, zie ik. En je partner kon je blijkbaar niet geven wat je nodig had.' Gefronste wenkbrauwen, schouders die werden opgetrokken, de lippen nu een strakke lijn. 'Zo zou je het kunnen zeggen, ja.' Dita besloot zich verder te concentreren op de hartlijn. Deze handen hielden niets voor haar verborgen. 'Veel relaties. Korte ook. Maar je zoektocht zal snel ten einde zijn.' 'Ik ben niet op zoek. Dingen overkomen me gewoon.' Dita kon een glimlach niet onderdrukken. 'Het overkomt je wellicht op dit moment al.' De vreemdeling staarde nu zelf naar de lijnen, alsof de geheimen die erin verborgen lagen zich op die manier zouden prijsgeven. 'Wat zie je nog meer?' Dita had haar klant enigszins verkeerd ingeschat, maar nu kreeg ze het gevoel weer op het juiste pad te zijn. Ze sloot haar ogen, met haar duimen de hartchrakra in het midden van de handpalm masserend. Wachtend op een echo, een zucht, een beeld uit de toekomst of uit het verleden, iets dat haar meer zou vertellen over de persoon die ze voor zich had. Kippenvel verspreidde zich nu over haar lichaam, de haartjes in haar nek gingen overeind staan. 'Je hebt een nieuwe baan aangeboden gekregen, nietwaar? Waarom twijfel je? Verandering kan soms goed zijn.' De linkerhand werd haastig teruggetrokken uit de handen van de waarzegster. De kraag van de zwarte leren jas omhoog gezet, de armen nu over elkaar heen geslagen. Afgesloten, defensief. 'Hoe weet je dat?' 'De een noemt het intuïtie, de ander helderziendheid. Ik noem het berichten uit de onderwereld,' antwoorde Dita. 'Berichten uit de onderwereld? Dat klinkt nogal luguber. Ongeloofwaardig ook.' Dita schoof haar stoel achteruit. Ze kwam geen steek verder op deze manier. 'Ken je het verhaal van Cassandra? De Griekse waarzegster?' Een ontkennend hoofdschudden was het antwoord. 'Cassandra was zo mooi dat de god Apollo haar ooit probeerde te verleiden. Ze stemde toe, maar op één voorwaarde: in ruil wilde ze de gave om te toekomst te kunnen voorspellen. Zodra Apollo haar wens had vervuld, weigerde Cassandra echter haar belofte na te komen,' verhaalde Dita terwijl ze wat wierook aanstak in de kleine bedompte ruimte. Het rumoer van de buitenwereld werd door Dita's zachte, ietwat schorre stem buitengesloten. De bezoekers van de paranormale beurs, de andere waarzeggers en handlezers die hun diensten luidkeels aanboden, het getingel van armbanden en gelukstalismans, alles viel weg. 'Wat gebeurde er toen?' Dita ging weer zitten, schoof haar stoel aan, legde haar handen met de rug plat op de tafel, uitnodigend. 'Geef me je handen en ik vertel je de rest. En meer.' Haar uitnodiging werd weifelend beantwoord, de waarzegster kon verder. Gefascineerd staarde ze nu naar de rechterhand terwijl ze haar verhaal afmaakte. 'Apollo was buiten zichzelf van woede, wilde wraak. Maar als de goden eenmaal een gave schenken, kan die niet meer ongedaan worden gemaakt. In plaats daarvan werd Cassandra op een andere manier gestraft; haar gave werd beperkt. Voortaan, als Cassandra een voorspelling deed, zou niemand haar nog geloven.' 'Waarom vertel je me dit?' 'Omdat ik me nu net Cassandra voel. Ik kan je veel vertellen, dingen die je al weet, dingen die waarschijnlijk zullen gebeuren in de toekomst. Maar je staat er niet open voor, je wilt het niet geloven. Ik durf te wedden dat je denkt dat dit allemaal gok- en giswerk is. Een knap staaltje vertelkunst, gecombineerd met zomaar wat raden.' 'Jouw woorden, niet de mijne.' De zware gordijnen die de rest van de wereld deden verdwijnen werden opengeslagen. Enkele waxinelichtjes werden gedoofd door de tocht, veroorzaakt door het haastig weglopen van haar ongelovige klant. Geërgerd blies Dita de overige kaarsjes uit, verzamelde haar tarotkaarten. Morgen was er weer een dag, er was geen enkele reden tot wanhoop. Ze wist immers dat ze elkaar zouden terugzien. De ene hand na de andere volgde. Lange levenslijnen, korte, een veelbelovende lotslijn. Gebroken harten, een treinongeluk, een reis overzee, zoekgeraakte kostbaarheden, een hypochonder die wilde horen of hij echt niet zou worden geveld door exotische ziektes met onuitsprekelijke namen en een zangeres die de bevestiging van een toekomstige doorbraak zocht. Het Cassandrasyndroom plaagde Dita vandaag niet. Alleen de vreemdeling van de dag ervoor trok haar gave in twijfel, weigerde zelfs maar te luisteren naar wat Dita had gezien. Terwijl het zo overduidelijk was. Zelfs haar collega-waarzeggers hadden Dita er al herhaaldelijk op attent gemaakt. De persoon die haar eigen lot zou kruisen, de persoon die stond aangekondigd in haar hartlijn, was eindelijk komen opdagen. Ze had haar verhaal niet eens af kunnen maken, het goede nieuws niet kunnen doorgeven. De boodschappers uit de onderwereld begonnen in ieder geval hun geduld te verliezen, dat stond vast. Zo hardnekkig waren ze nooit geweest met hun mededelingen, hun gefluister, de dromen die zich nacht na nacht herhaalden. In gedachten verzonken maakte ze zich klaar voor de volgende klant. De kaarten waren geschud, de kussens lagen klaar. De mierzoete geur van haar lievelingswierook vulde wederom haar tentje, met gesloten ogen leunde ze achterover in haar stoel. Opeens spitste ze haar oren. Die zware tred herkende ze uit duizenden. Ze had hem vaak genoeg gehoord in haar dromen. Het geklikklak van de laarzen overstemde zelfs de zuchten vol mededelingen van haar onzichtbare boodschappers. Dita wist dat degene op wie ze wachtte nu voor de tent stond te twijfelen. 'Kom binnen, we hebben genoeg te bespreken.' Meer aanmoeding was er niet nodig, een straal licht uit de zonovergoten beurshal vulde de verduisterde tent terwijl de vreemdeling binnenstapte. Stofdeeltjes dansten een moment door de lucht, en toen waren ze alleen, in het halfduister. 'Ik wilde mijn excuses aanbieden voor gister. Ik had niet zomaar weg moeten lopen. Je was geloof ik nog niet klaar met je verhaal.' Dita rekte de stilte tussen hun nog wat langer door de blik van haar gespannen klant te ontwijken terwijl ze door de tent scharrelde, kussens herschikkend, kaarsen verplaatsend. 'Ga zitten, deze keer mag jij vertellen. Over de dromen. Jij hebt ze ook gehad, nietwaar?' 'Laat ik me eerst maar eens voorstellen, tenzij je ook al weet hoe ik heet. Kas is de naam. Kassandra, eigenlijk, maar niemand noemt me zo.' Nu stonden ze dan recht tegen over elkaar, de ronde tafel tussen hen in, de kaarsvlammen een vrijwel onmerkbare tel flakkerend door een langerekte zucht; de onzichtbare boodschappers die hun opluchting uitten. 'Ik wilde je vragen elders een keer te gaan praten. Met koffie erbij, in de normale wereld, de wereld die ik ken. Jij schijnt al zoveel over mij te weten, en ik weet alleen je naam; Dita, de waarzegster, de toekomstvoorspeller.' Het was begonnen, ze voelden het allebei. Twee werelden die met elkaar in aanraking kwamen, twee lotsbestemmingen die elkaar spoedig zouden kruisen. 'Laten we dat dan doen. Morgen, zelfde tijd, buiten de beurshal?' Dita keek de vrouw met wie ze de rest van haar leven zou doorbrengen na terwijl die zich een weg baande door de overvolle beurshal. Ze sloot de gordijnen voor de laatste keer die dag, zachtjes in zichzelf prevelend. 'Een ding beloof ik, ik beloof het jullie allemaal, op mijn bruiloft komt de hele onderwereld dansen.'
|