|
Eigenlijk wilde ze bij het ballet, maar gelukkig voor ons werd Emma Donoghue schrijfster. Inmiddels heeft ze negen romans, twee historische boeken, twee verhalenbundels en twee toneelstukken op haar naam staan. Emma was in Nederland om haar nieuwe roman Landen te promoten en lesbischlezen.nl sprak met haar. Over de - al dan niet vermeende - romantiek van het schrijven, autobiografische elementen, de invloed van recensies en de lesbische lezeres.
Tekst: Anja de Crom | Foto's: Hilda Abbing Tweede keus… Vroeger wilde ik ballerina worden, maar ik was te lang. Schrijven was een goede tweede. Het moment dat ik dacht: dit zou wel eens mijn werk kunnen worden en niet mijn hobby, was toen ik mijn eerste contract kreeg, voor Geroerd en Verlies. Ik besef dat ik heel veel geluk heb gehad, de meeste mensen moeten gewoon in loondienst werken om de kost te verdienen. Autobiografisch?
Ik ben in 1998 al begonnen aan Landen, maar toen ik het eerste concept aan mijn agent liet lezen, wilde zij dat ik eerst mijn historische roman Life Mask zou schrijven. Daarna ben ik weer verder gegaan met Landen. Het is grotendeels autobiografisch, dus het was best moeilijk om te schrijven: ik moest afstand nemen van het autobiografische element om er een goed boek van te maken in plaats van een verhaal over mij. Al mijn boeken hebben autobiografische elementen. De relatie tussen de hoofdpersonen in Verlies is gebaseerd op een van mijn eigen relaties. Ik heb het einde van die relatie wel veranderd: ik liet haar doodgaan na een auto-ongeluk in plaats van een relatie krijgen met een jongen. Ik heb haar gevraagd of zij dat goed vond, en zij vond het behoorlijk therapeutisch. De langeafstandsrelatie en de emigratie die ik in Landen beschrijf, zijn ook autobiografisch. Maar in mijn historische romans zitten ook heel veel van mijn ideeën, gedachten en ervaringen. Een roman heeft een goed skelet nodig Ik heb mijn boeken altijd gepland, maar dat doe ik nu gedegener. Bij Geroerd ging het creëren van personages en dialogen me goed af, maar ik had het materiaal minder goed onder controle. Ik vraag nu veel meer van mezelf, ik creëer duidelijke verhaallijnen. Ik ben een enorme planner. Mensen roepen vaak dat dat de hele romantiek van het schrijven weghaalt, maar ik plan het hele boek, net als een architect of iemand die schepen bouwt. Als ik gewoon zou gaan zitten schrijven, zonder plan, zou het boek een chaos worden. Een kort verhaal zou misschien nog wel lukken, maar een roman heeft een goed skelet nodig. Ik schrijf het eind meestal eerst, omdat een goed einde belangrijk is en je dan iets hebt om naartoe te werken. Ik bedenk niet alleen de plot van tevoren, ik bepaal per hoofdstuk wat er gebeurt en welke nieuwe ontwikkelingen de lezer krijgt, vóór ik ga schrijven. Ik wil mijn karakters ook door en door kennen. Maanden voor ik daadwerkelijk aan een boek begin, zit ik al te bedenken wat het ene personage het andere voor kerst zou geven. Ik sta natuurlijk altijd open voor veranderingen, als twee personages bijvoorbeeld een ander soort relatie krijgen dan ik oorspronkelijk had bedoeld. Ik denk dat veel schrijvers zich in een waas van mysterie hullen, alsof je boek wordt ingefluisterd door een engel. Ik heb eens iemand horen zeggen dat het gewoon uit haar arm vloeide. Natuurlijk word je geïnspireerd, maar jij bent degene die vervolgens het werk moet doen. Recensies Die lees ik allemaal. Schrijvers die zeggen dat ze dat niet doen, geloof ik niet. Ik lees ze snel, en als ze kritisch zijn, probeer ik ze onmiddellijk te vergeten – wat niet lukt. Ik onthoud elke slechte recensie. Ik kan me herinneren dat iemand over Geroerd zei: ‘De hoofdpersoon heeft heel veel te vertellen, maar niets interessants’. Die zin ben ik nooit vergeten. Goede recensies zijn bemoedigend, vooral als een boek niet zo goed verkoopt. Vaak zijn recensies totaal verschillend. De ene recensent prijst iets de hemel in, terwijl de andere dat juist heel slecht vindt. Bij Verlies zei een recensent: ‘Emma Donoghue is jumping on the band wagon of lesbian chic for the second time’. Alsof lesbische boeken toen – midden jaren negentig – zo goed verkochten! Een lesbische verhaallijn was echt geen aanbeveling, dus waarom zij veronderstelde dat ik het deed om er rijk van te worden begrijp ik nu nog steeds niet. Ik denk dat recensenten vooral gebrand zijn op vervolgtitels van mensen die een enorme bestsellers hebben gehad. Dan slijpen ze hun messen. Gelukkig ben ik tot nu toe buiten schot gebleven.
Mensen zijn altijd een beetje in de war als je verschillende soorten boeken schrijft. Er zei ook eens iemand dat het zonde was van mijn research als ik niet alle historische romans in dezelfde tijd liet spelen. Maar dat vind ik gewoon niet leuk. Nu ben ik research aan het doen naar San Francisco rond 1870, voor een historische roman over een lesbische crossdresser; die periode en die plek zijn helemaal nieuw voor mij. Ik heb voldoende zelfvertrouwen om te weten dat ik over alle perioden kan schrijven, maar ik weet ook dat ik geen historisch expert ben. Een boek dat je kunt volgen
Ik denk veel aan mijn lezer tijdens het schrijven: wat kan ik ze wanneer vertellen, wat zouden ze leuk vinden? Ik wil dat mijn romans makkelijk leesbaar zijn, ook als het over gecompliceerde materie gaat. Ik geloof niet dat mensen echt gaan zitten om een boek te lezen. Je leest in de trein, of voor je gaat slapen. Mensen hebben het druk, dan vind ik dat een boek wel te volgen moet zijn. Ik schrijf geen Austen-achtige verhalen waarbij je echt je hoofd erbij moet houden om te weten wat er gebeurt. Ik heb liever dat mensen zich niet bewust zijn van mijn stijl, ik wil dat ze het verhaal volgen. Natuurlijk heb ik wel een eigen stijl, maar die hoeft van mij niet de boventoon te voeren. Ik ben geen poëtisch schrijver, ik wil dat de taal werkt. In mijn boeken klinkt ook geen duidelijke Emma-Donoghue-stem door. Er zitten echt wel filosofische ideeën in Landen, maar die heb ik vermomd zodat het er niet te dik bovenop ligt. Ik zeg nu trouwens wel dat mensen in de trein lezen, maar ik heb nog nooit gezien dat iemand in de trein of op het vliegveld mijn boek zat te lezen. Ik heb wel eens meegemaakt dat een vrouw in een trein zat met een krant waarin een groot interview met mij stond, maar van haar gezicht was niets af te lezen, ze sloeg gewoon de bladzijde om. Open relatie met de lezers Een boek hoeft voor mij niet heel erg literair te zijn, als de taal maar werkt. Toen ik borstvoeding gaf, heb ik The Da Vinci Code gelezen, en hoewel ik in die tijd helemaal niet kritisch was, riep ik wel steeds: oh, wat is dit slecht geschreven! Ik ben echt geen snob, maar slechte taal kan vreselijk belemmerend werken. Toen ik net had ontdekt dat ik lesbisch was, kocht ik alle lesbische boeken die ik kon vinden, ongeacht de kwaliteit. Maar nu er zo veel zijn, koop ik alleen de boeken die echt goed zijn. Er zijn nu ook literaire lesbische auteurs die de ene keer over lesbische thema’s schrijven en de andere keer niet. Dat vind ik een logische benadering. Ik begrijp dat je als lesbisch schrijver een relatie hebt met de lesbische gemeenschap, maar dat moet wel een open relatie zijn. De gemeenschap hoeft niet al je boeken te kopen, en jij hoeft niet alleen maar boeken over lesbiennes te schrijven. Er zijn ook mannen die prima over lesbische vrouwen kunnen schrijven. Julian Barnes heeft dat bijvoorbeeld gedaan. Ik denk dat homoseksuele schrijvers meer ervaring hebben in het schrijven over hetero’s dan andersom, maar het kán wel. Je hebt gewoon genoeg vrienden nodig in de gemeenschap waarover je schrijft. In mijn boeken zit altijd een mix van mensen. Mijn vrienden hebben ook een kring om zich heen van hetero’s, homo’s, mensen die geswitcht zijn van homo naar hetero en andersom. Zo ziet het leven er nou eenmaal uit.
Post-closet Landen is een roman met ideeën, zeg ik altijd. Het gaat over een stewardess uit een grote stad in Ierland en een tomboy uit een klein dorp in Canada. Ik vond het leuk om Ierland modern te laten zijn en Canada, Noord-Amerika, juist ouderwets. Het is ook een post-closet novel: Landen gaat over identiteit, het is duidelijk dat de personages lesbisch zijn, maar coming-out is geen thema en de geaardheid is een vanzelfsprekendheid. En het heeft een happy end. Te veel lesbische boeken eindigen in drama, vind ik. En aangezien het in mijn historische romans ook vaak beroerd afloopt met de hoofdpersoon (ze worden bijvoorbeeld geëxecuteerd), vond ik het een verademing om eens een boek te schrijven dat goed afloopt. Over Emma Donoghue Over Landen Bekijk de booktrailer Recensies Landen
|